Moeilijke gesprekken_Harvard_identiteit
LIBRARY ITEM — De Conversatie-Drieslag Reflectie-opdracht rond identiteit, intentie–impact en patronen
Geschikt voor alle doelgroepen: BJZ, handicap, thuiszorg, kinderopvang.
Goal
Deelnemers laten ervaren hoe identiteit, intenties, impact en patronen elkaar beïnvloeden in moeilijke of vastlopende gesprekken.
Reflectie op eigen handelen zonder schuld, maar met inzicht.
Het biedt een veilige inleiding op de drie kernmodellen uit Moeilijke Gesprekken.
Type opdracht: reflectief, interactief, visueel, verdiepend.
Materials
Instructions
“Bouw een model dat toont wat moeilijke of vastlopende gesprekken bij jou veroorzaken én hoe jij daarin beweegt.”
Doel:
Identiteitslaag activeren (gevoel – zelfbeeld – spanning).
Denkruimte openen vóór de theorie.
Casusdruk vermijden; veiligheid verhogen.
Gebruik telkens drie vaste lensvragen:
Identiteit:
“Wat in deze situatie raakte iets van wie jij wilt zijn?”Intentie ↔ Impact:
“Wat wilde jij bereiken, en hoe werd het ervaren?”Patronen:
“Welke beweging herken je bij jezelf of in de interactie?”
Doel:
Voorbereiden op de drie kernvisuals zonder al theorie te geven.
“Wat herken jij in het model van de ander?”
Doel:
Begrip opbouwen
Veiligheid vasthouden
Denken verruimen richting interactie (niet enkel gevoel)
De trainer toont (kort) de visuals:
Identiteit als balans (Ideal Self ↔ Feared Self → én-én)
Intentie ↔ Impact (met ruiszone)
50/50 bijdrage en patronen
Doel:
Een gemeenschappelijke taal creëren vóór de analyse.
Groepjes werken met één gekozen voorbeeld (casus of bredere ervaring)
en beantwoorden samen drie kernvragen:
IDENTITEIT — Wat raakte hen, en hoe ervaren zij dat anderen geraakt worden?
(balans, triggers, zelfbeeld, rolverwachting)INTENTIE–IMPACT — Wat wilde de werker bereiken, en hoe kwam dat over?
(bedoeling vs. effect, misinterpretaties, ruis)PATRONEN — Welk patroon herkennen deelnemers?
(herhalingen, reacties, bijdragen, escalatie)
Doel:
De drie modellen toepassen zonder dat individuele casussen te zwaar worden.
Elk groepje brengt 1 zin per laag:
Identiteit: “Dit was wat ons raakte.”
Intentie–Impact: “Hier zat de mismatch.”
Patroon: “Dit is het patroon dat we herkenden.”
Doel:
Synthese, vergelijking, leren van elkaar.
Geen extreme casussen (agressie, trauma, escalatie).
Focus op typische interacties, niet klinische.
Trainer bewaakt gesprekstoon: reflectie, geen biecht.
Bij patronen nooit suggereren dat bijdrage = schuld.
Blijf bij professionele identiteit, niet existentiële identiteit.
Background
Naam: Conversatie-Drieslag
Type: Reflectief – Interactief – Visueel
Gebruik: Opleidingen Moeilijke Gesprekken / Identiteit / Communicatie
Elementen:
LEGO-opener
3 lensvragen van de trainer
Duo-reflectie
Introductie drie kernbeelden
Kleine-groep-analyse (identiteit – intentie/impact – patronen)
Korte presentaties